"Bluebird" van Elsa Heesemans

De combinary van Elsa Heesemans:
“HOME. Hetgeen waardoor je je thuis voelt. De vrijheid, acceptatie, veiligheid en trouw. Maar ook de chaos en het tegelijkertijd haten en liefhebben van elkaar.

Het menselijk lichaam. Ieder van jullie lezers bezit het. Ieder ziet er anders uit. Het is de vorm waarmee ieder zich presenteert. Groot, klein, dik, dun, sterk, slap. Het is de verpakking waarvan alleen jij de precieze inhoud kent.

Hoe noemt men het als hij of zij zich niet thuis voelt in zijn eigen menselijke lichaam? Is dat dan het hoogtepunt van nergens thuis zijn. Is dat dan gedoemd zijn tot dwalingen in een mierenhoop, waar ieder ander wel zijn plek vindt? Hoe weet men überhaupt of ieder ander zijn plekje heeft gevonden? Wat als het slechts een waan, een afspiegeling van de werkelijkheid is?
Of nog erger: Wat als men dit van een ander niet ziet? De mensheid heeft tal van manieren ontwikkeld om niet te laten merken wat hij of zij denkt en voelt. Een kunstvorm op zich zou haast gesteld kunnen worden. Een vorm van natuurlijke selectie. Charles Bukowski zong, zoals het ook voorgedragen zou kunnen worden, de woorden van zijn gedicht. Hij zong het voor zichzelf, hij zong het voor zijn Bluebird.

‘There is a bluebird in my hart, that wants to get out, but I’m too tough for him,
I say, stay in there, I’m not going to let anyone see you.
There is a bluebird in my hart………’

Het menselijk lichaam als omhulsel van een wezen dat zichzelf niet uit. Een lichaam dat door de geest verboden wordt te huilen, te schreeuwen en een hart te hebben.
Maar hoe sterk de geest ook is: de bluebird was, is en zal altijd bij je blijven.”